lees meer ... uitgebreide historiek

Omstreeks 1235 kwamen cisterciƫnzerinnen zich te Aalst aan de rand van de stad vestigen, in een hof aan het kruispunt Moorselbaan - Beekstraat.
De zusters richtten omstreeks 1258 een groot klooster(abdij) op aan het einde van de huidige Oude Abdijstraat en van de Rozendreef

De nieuwe abdij werd Ten Roosen genoemd, vermoedelijk door de bloemrijke versiering waarmee de zusters het beeld van de moeder Gods tooiden. De abdij zou gedurende meer dan vijfhonderd jaar een voorname landbouwkolonie blijven en mocht met zijn uitgestrekte en vele domeinen doorgaan als een der grootste grondbezitters.
De abdij behield al deze bezittingen tot op het einde van de 18de eeuw.
De godsdienstige beroerten in de 16de eeuw waren zeer noodlottig voor het klooster, de zusters werden uit hun verblijf verjaagd, de abdijgebouwen en de kerk werden geplunderd, in brand gestoken en volledig vernield.
De abdij werd dank zij abdis Marguerite Wasteels in stand gehouden en door middel van steungelden van de stad en particuliere giften vanaf ca. 1622 heropgebouwd.
In 1674-76 werd door de Fransen een groot gedeelte van de bossen vernield.
De politieke en revolutionaire omwentelingen op het einde van de 18de eeuw leidden tot de uiteindelijke verdwijning van het klooster.
Na een eerste maal gespaard gebleven te zijn, na de inval der Fransen, volgde de afschaffing der geestelijke verenigingen en de verbeurdverklaring der goederen ten voordele van het Staatsdomein. De abdij werd gesloten en verzegeld in afwachting van de openbare verkoping.

In 1797 werden de eerste goederen en gronden te koop gesteld. De nieuwe eigenaar, Jozef Oudaert uit Gent, liet in het midden van de warande een herenwoning optrekken, waartoe de bouwstoffen van het gesloopte klooster gebruikt werden.

De herenwoning (kasteel) en het buitengoed stonden in april 1860 openbaar te koop. Het goed omvatte 20 ha bouw- en weiland.

Latere eigenaar, pastoor Albertus Boone, verkocht het goed op 16 januari 1908 in twee stukken, aan Leon Coen de Galle (ca. 11 ha) en aan advocaat Felix De Hert - De Coene (ca. 9 ha).
Uit de erfenissen van Romain de Hert en zuster Marie Benoit de Coen werd in 1965 en 1968 in totaal ca. 6 ha grond en het Kasteel Ten Rozen geschonken aan V.Z.W. Levensvreugde.

In de volksmond werd het kasteel ook vaak Kasteel De Hert genoemd, verwijzend naar de eigenaar.

Dezelfde initiatiefnemers van de VZW Levensvreugde richtten in 1969 ook een Revalidatiecentrum op, dat uit dankbaarheid voor de schenker de naam Romain De Hert kreeg.